Verlof
Vragen en antwoorden over Verlof
Verlofregeling
Vooraleer de verschillende stappen in detail te bekijken, wil de ECE benadrukken dat de harmonisatie van de gerechtelijke stage onvermijdelijk gepaard gaat met de uniformisering van de toepassing van de verlofregeling.
Overeenkomstig artikel 331 Ger. W., wordt de verlofregeling van de magistraten in opleiding gelijkgesteld met die van de beroepsmagistraten.
Artikel 259octies, § 3, lid 8 Ger. W. vereist bovendien dat de magistraten in opleiding al hun stageverplichtingen hebben vervuld om het certificaat te verkrijgen dat bevestigt dat de stage met succes is afgerond. Bijgevolg:
- het gebruik van verlofdagen tijdens de gerechtelijke stage mag de essentie van de gerechtelijke stage niet in gevaar brengen. Het moet dus rekening houden met de behoeften van de gerechtelijke stage
- een aanwezigheid en actieve deelname aan alle verplichte opleidingen is daarom vereist;
- de goedkeuring door de ECE van de programma's voor de buitenstage is onderworpen aan de voorwaarde dat in totaal maximaal 10 verlofdagen worden opgenomen tijdens de twee gedeelten van buitenstage samen ;
- de beschikbare verlofdagen moeten evenwichtig worden verdeeld tussen de periodes van de stage bij het parket enerzijds en de zetel anderzijds
- het gebruik van verlofdagen tijdens de gerechtelijke stage moet ook rekening houden met de behoeften van de dienst (parket en zetel, respectievelijk) zoals bepaald door de korpschef.
Ten slotte wordt eraan herinnerd dat:
- artikel 259octies, § 4, lid 5 Ger. W. voorziet in de opschorting van de stage voor elke afwezigheid van meer dan een maand, ongeacht de reden (behalve verlof in verband met de bescherming van het moederschap zoals bedoeld in artikel 39 van de wet van 16 maart 1971 betreffende de arbeid). De magistraten in opleiding zullen dus opletten om geen verlof op te nemen dat een ononderbroken afwezigheid van meer dan een maand met zich meebrengt, op straffe van verlenging van hun stage in evenredige mate;
- artikel 331/7 Ger. W. verplicht om ten minste 15 dagen verlof op te nemen in de periode van 1 juli tot 31 augustus (verplichting te combineren met de beperking van de duur van het verlof tijdens de periode van de buitenstage zoals hierboven vermeld).
Samenvattend:
De beschikbare verlofdagen tijdens de gerechtelijke stage moeten evenwichtig worden verdeeld tussen de periodes bij het parket en de zetel, rekening houdend met de momenten van verplichte opleidingen, de behoeften van de dienst en de periodes van de externe stage, waarvoor maximaal 10 dagen zijn toegestaan.
Bovendien zal elke afwezigheid van meer dan een maand leiden tot verlenging van de stage, en moeten er ten minste 15 dagen verlof worden opgenomen tussen 1 juli en 31 augustus.